Historie
Veerhaven in beeld
Historie
van de haven
Hieronder
ziet u een tijdbalk. Als u op een jaartal klikt ziet u een illustratie
of foto uit de rijke geschiedenis van de Veerhaven.
      
Historie
van Bureau Veerhaven
Hieronder
ziet u nog een tijdbalk. Als u op een jaartal klikt ziet u een foto
uit de geschiedenis van Bureau Veerhaven.
      
Paradijs
aan het Pontegat
Historie van de Rotterdamse Veerhaven te boek gesteld

(300
dpi-coverfoto, klik hier)
(Prijs
€ 17,50)*
Welke
Rotterdammer heeft nooit stil staan dromen aan de Veerhaven, waar vroeger
de mooie zeegaande jachten van de roei- en zeilvereniging ‘De
Maas’ lagen? Tegenwoordig is het de thuishaven van o.a. zeegaande
schoeners en loggers die, gerestaureerd weer in de vaart gebracht, Rotterdams
rijke maritieme historie levend houden.
Over
de historie van dit Paradijs aan het oude Pontegat heeft Hans Vandersmissen,
in opdracht van de Stichting Veerhaven Rotterdam, een boekje geschreven,
dat op 9 december zal worden aangeboden aan mr I. Opstelten, burgemeester
van Rotterdam.
Te
klein begonnen
Toen eind 17e eeuw de gorzen bewesten Rotterdam werden ontgonnen om
plaats te maken voor nijverheid rond de Zalmhaven, werd de vertrekplaats
van het veer naar Katendrecht verplaatst van de Coolhoek –bij
de monding van de huidige Leuvehaven- naar het Pontegat, bij de huidige
Veerhaven. Er verrees een Stadsherberg –het latere hotel Leygraaff-
en de nabijgelegen Muizenpolder ontwikkelde zich tot lust- en woonoord
van ondernemende Rotterdammers, die het fundament zouden leggen voor
de latere Wereldhaven.
Na de Franse tijd bloeide Rotterdam op en kwam ligplaatsen voor zeeschepen
te kort. Tussen 1852 en 1854 werden daarom de Veerhaven en, haaks daarop,
de Westerhaven gegraven, in de buitendijkse gronden waar kort daarvoor
het Nieuwewerk vol stijlvolle koopmanshuizen was ontwikkeld. Nadat,
dankzij de Nieuwe Waterweg, Rotterdam bereikbaar was geworden voor serieuze
zeeschepen, werd voor verdere havengroei de ‘Sprong naar Zuid’
noodzakelijk. Veer- en Westerhaven waren te klein voor ‘moderne’
ijzeren stoomschepen. Het werden bassins voor Rijn- en binnenvaartschepen,
en de sleepboten van Smit.
Jachthaven
In 1852 was aan de Veerhaven het gebouw van de Koninklijke Nederlandsche
Yacht- Club (KNYC) verrezen en sindsdien lagen er ook jachten van leden.
De KNYC ging in 1879 failliet door de kosten van het clubpaleis, waarna
het gebouw museum werd –thans het Wereldmuseum. De binnenschepen
kregen weer de overhand, maar de Westerhaven bleef een te lastige draai
vergen, ook voor grote Rijnschepen. De Westerhaven ging in 1902 dicht
en het terrein werd gebruikt voor de bouw van aanzienlijke huizen aan
de noordzijde, grenzend aan de Parklaan; aan de zuidzijde grensde de
nieuwe bebouwing aan de Calandstraat, waar voormalige pakhuizen –nu
appartementen- nog herinneren aan hun vroegere plaats aan het water.
In 1909 vestigde de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging ‘De Maas’
zich aan de Veerhaven en keerden de jachten terug.
Rederijenbroedplaats
De Veerhaven was kennelijk een prettige plek om schepen uit te reden.
In 1871 huurde de CV Plate, Reuchlin & Co een kantoor in het KNYC-gebouw
en begon vandaaruit een dienst op de Verenigde Staten. Daar zou in 1873
de Holland-Amerika Lijn uit voortkomen, waarvan de schepen aanvankelijk
van de Willemskade vertrokken. Na het dempen van de Westerhaven vestigden
zich in snel tempo ook andere beroemde rederijen aan de Veerhaven: Van
Uden, de Rotterdamsche Lloyd en Van Nievelt, Goudriaan & Co. Op
de hoek met de Westerkade liet de legendarische George van Beuningen
in 1914-16 een gespierd kantoor bouwen, vanwaaruit hij ook een vloot
Rijnschepen, sleepboten en de Maatschappij Vrachtvaart bestierde. Zijn
grote schoener Vigilanter lag voor de deur in de Veerhaven.
Maritiem
erfgoed
Toen na de Tweede Wereldoorlog de scheepvaart op de Nieuwe Maas sneller
en intensiever werd, weken de meeste zeilers van ‘De Maas’
uit naar Zeeland, de roeiers naar de Schie en later de Rotte. De sociëteit
bleef belangrijk, ook als zakenclub, maar het beheer over de haven werd
omstreeks 1980 een last. In dezelfde tijd kwam het maritiem erfgoed
in de belangstelling en stroopten enkele Rotterdammers de mouwen op
om dat te behouden. De Oude Haven werd de eerste museumhaven in Nederland;
in de Leuvehaven groeide vanuit het Maritiem Museum het Buitenmuseum
dat, na fusie met de Stichting Openlucht Binnenvaartmuseum van de Oude
Haven, tot Havenmuseum werd; en in 1990 werd de Stichting Veerhaven
opgericht. Deze heeft het havenbeheer van ‘De Maas’ overgenomen,
met het doel ligplaats te bieden aan traditionele zeegaande zeilschepen
en aan passerende jachten.
Dynamisch
doch paradijselijk
Zo is de oude kern van Rotterdam thans drie museale havens rijk: geen
slechte score voor een stad die een ruime halve eeuw geleden vernield
is door grootscheeps zinloos geweld. Naast de traditionele schepen,
bleven passantenplaatsen gehandhaafd en is de Veerhaven regelmatig het
middelpunt van evenementen. Beroemd zijn het ‘Concert aan de Maas’
en de ‘Race of the Classics’; volgend jaar juni doet de
Volvo Ocean Race de Veerhaven aan.
Dankzij deze ‘mix’ is het leven in de Veerhaven dynamischer
dan indien het een echte museumhaven zou zijn geweest –terwijl
op normale dagen de lommerrijke rust en de schoonheid van de omliggende,
statige bebouwing er niet minder om zijn. Zoals havenmeester Rudolf
Delgorge dat pleegt te zeggen tegen passanten die kennelijk nog aarzelen
om vast te maken: ‘je kunt wel verder kijken, maar dat is echt
zinloos; mooier dan hier kom je het nergens tegen, dit is het mooiste
plekje van Rotterdam en verre omstreken.
Hans
Vandersmissen (1950)
Maritiem schrijver, columnist Hans Vandersmissen, bekend van zijn vele
publicaties en columns in o.a. Weekblad Schuttevaer, heeft er in de
bekende Vandersmissen-stijl een zeer leesbaar en herkenbaar boek van
gemaakt.
*Het
boek is inmiddels uitverkocht. Bij de Rotterdamse Bibliotheek kunt u
het boek lenen.
Link
|