|
Welke Rotterdammer heeft nooit stil staan dromen aan de Veerhaven, waar vroeger de mooie zeegaande jachten van de roei- en zeilvereniging ‘De Maas’ lagen? Tegenwoordig is de Veerhaven de thuishaven van onder andere zeegaande schoeners en loggers die, gerestaureerd en weer in de vaart gebracht, Rotterdams rijke maritieme historie levend houden. Hieronder ziet u een tijdsbalk. Als u op een jaartal klikt ziet u een illustratie of foto uit de rijke geschiedenis van de Veerhaven. 
Historie van Bureau Veerhaven
Hieronder ziet u nog een tijdsbalk. Als u op een jaartal klikt ziet u een foto uit de geschiedenis van Bureau Veerhaven, het voormalig drijvend Bureau der Rivierpolitie Rotterdam . 
Welke Rotterdammer heeft nooit stil staan dromen aan de Veerhaven, waar vroeger de mooie zeegaande jachten van de roei- en zeilvereniging ‘De Maas’ lagen? Tegenwoordig is het de thuishaven van o.a. zeegaande schoeners en loggers die, gerestaureerd weer in de vaart gebracht, Rotterdams rijke maritieme historie levend houden.
Te klein begonnen Toen eind 17e eeuw de gorzen bewesten Rotterdam werden ontgonnen om plaats te maken voor nijverheid rond de Zalmhaven, werd de vertrekplaats van het veer naar Katendrecht verplaatst van de Coolhoek - bij de monding van de huidige Leuvehaven - naar het Pontegat, bij de huidige Veerhaven. Er verrees een Stadsherberg -het latere hotel Leygraaff- en de nabijgelegen Muizenpolder ontwikkelde zich tot lust- en woonoord van ondernemende Rotterdammers, die het fundament zouden leggen voor de latere Wereldhaven. Na de Franse tijd bloeide Rotterdam op en kwam de stad ligplaatsen voor zeeschepen te kort. Tussen 1852 en 1854 werden daarom de Veerhaven en, haaks daarop, de Westerhaven gegraven, in de buitendijkse gronden waar kort daarvoor het Nieuwewerk vol stijlvolle koopmanshuizen was ontwikkeld. Nadat, dankzij de Nieuwe Waterweg, Rotterdam bereikbaar was geworden voor serieuze zeeschepen, werd voor verdere havengroei de ‘Sprong naar Zuid’ noodzakelijk. Veer- en Westerhaven waren te klein voor ‘moderne’ ijzeren stoomschepen. Het werden bassins voor Rijn- en binnenvaartschepen, en de sleepboten van Smit.
Jachthaven In 1852 was aan de Veerhaven het gebouw van de Koninklijke Nederlandsche Yacht- Club (KNYC) verrezen en sindsdien lagen er ook jachten van leden. De KNYC ging in 1879 failliet door de kosten van het clubpaleis, waarna het gebouw museum werd –thans het Wereldmuseum. De binnenschepen kregen weer de overhand, maar de Westerhaven bleef een te lastige draai vergen, ook voor grote Rijnschepen. De Westerhaven ging in 1902 dicht en het terrein werd gebruikt voor de bouw van aanzienlijke huizen aan de noordzijde, grenzend aan de Parklaan; aan de zuidzijde grensde de nieuwe bebouwing aan de Calandstraat, waar voormalige pakhuizen –nu appartementen- nog herinneren aan hun vroegere plaats aan het water. In 1909 vestigde de Koninklijke Roei- en Zeilvereeniging ‘De Maas’ zich aan de Veerhaven en keerden de jachten terug.
Rederijenbroedplaats De Veerhaven was kennelijk een prettige plek om schepen uit te reden. In 1871 huurde de CV Plate, Reuchlin & Co een kantoor in het KNYC-gebouw en begon vandaaruit een dienst op de Verenigde Staten. Daar zou in 1873 de Holland-Amerika Lijn uit voortkomen, waarvan de schepen aanvankelijk van de Willemskade vertrokken. Na het dempen van de Westerhaven vestigden zich in snel tempo ook andere beroemde rederijen aan de Veerhaven: Van Uden, de Rotterdamsche Lloyd en Van Nievelt, Goudriaan & Co. Op de hoek met de Westerkade liet de legendarische George van Beuningen in 1914-16 een gespierd kantoor bouwen, vanwaaruit hij ook een vloot Rijnschepen, sleepboten en de Maatschappij Vrachtvaart bestierde. Zijn grote schoener Vigilanter lag voor de deur in de Veerhaven.
Maritiem erfgoed Toen na de Tweede Wereldoorlog de scheepvaart op de Nieuwe Maas sneller en intensiever werd, weken de meeste zeilers van ‘De Maas’ uit naar Zeeland, de roeiers naar de Schie en later de Rotte. De sociëteit bleef belangrijk, ook als zakenclub, maar het beheer over de haven werd omstreeks 1980 een last. In dezelfde tijd kwam het maritiem erfgoed in de belangstelling en stroopten enkele Rotterdammers de mouwen op om dat te behouden. De Oude Haven werd de eerste museumhaven in Nederland; in de Leuvehaven groeide vanuit het Maritiem Museum het Buitenmuseum dat, na fusie met de Stichting Openlucht Binnenvaartmuseum van de Oude Haven, tot Havenmuseum werd; en in 1990 werd de Stichting Veerhaven opgericht. Deze heeft het havenbeheer van ‘De Maas’ overgenomen, met het doel ligplaats te bieden aan traditionele zeegaande zeilschepen en aan passerende jachten.
Dynamisch doch paradijselijk Zo is de oude kern van Rotterdam thans drie museale havens rijk: geen slechte score voor een stad die een ruime halve eeuw geleden vernield is door grootscheeps zinloos geweld. Naast de traditionele schepen, bleven passantenplaatsen gehandhaafd en is de Veerhaven regelmatig het middelpunt van evenementen. Beroemd zijn het ‘Concert aan de Maas’ en de ‘Race of the Classics’; volgend jaar juni doet de Volvo Ocean Race de Veerhaven aan. Dankzij deze ‘mix’ is het leven in de Veerhaven dynamischer dan indien het een echte museumhaven zou zijn geweest –terwijl op normale dagen de lommerrijke rust en de schoonheid van de omliggende, statige bebouwing er niet minder om zijn. Zoals havenmeester Rudolf Delgorge dat pleegt te zeggen tegen passanten die kennelijk nog aarzelen om vast te maken: ‘je kunt wel verder kijken, maar dat is echt zinloos; mooier dan hier kom je het nergens tegen, dit is het mooiste plekje van Rotterdam en verre omstreken.
Hans Vandersmissen (1950-2009) Over de historie van dit Paradijs aan het oude Pontegat heeft Columnist Hans Vandersmissen, in opdracht van de Stichting Veerhaven Rotterdam, een boekje geschreven. Het boek is inmiddels uitverkocht. Bij de Rotterdamse Bibliotheek kunt u het boek lenen. Maritiem schrijver, columnist Hans Vandersmissen, bekend van zijn vele publicaties en columns in o.a. Weekblad Schuttevaer, heeft er in de bekende Vandersmissen-stijl een zeer leesbaar en herkenbaar boek van gemaakt.
|