|
De Veerhaven is de thuishaven voor zeegaand maritiem erfgoed. Dit zijn allemaal bijzondere klassieke schepen. De schepen zijn veelal in particulier bezit en in gebruik als varend woonschip. Diverse schepen worden ook ingezet voor zeiltochten, evenementen en/of partijen.
Scheepstypen die te zien zijn in de Veerhaven (door: Frits Loomeijer)
Logger Het Franse scheepstype ' lougre' werd in 1866 in de Nederlandse haringvisserij geïntroduceerd en verdrong in korte tijd de al eeuwen lang bekende buizen en hoekers. Met zijn scherpe rompvorm en relatief geringe waterverplaatsing zeilde het sneller en met een kleinere bemanning dan de traditionele Nederlandse haringschepen. Onder de verbasterde typenaam ‘logger’ bleef het aanvankelijk als zeilschip en later onder stoom of gemotoriseerd, het belangrijkste scheepstype van de visserij vanuit Vlaardingen, Maassluis en vanaf begin 20e eeuw ook vanuit Scheveningen. Loggers waren tot 1969 actief in de Nederlandse haringvisserij. Zij werden opgelogd door de trawler. 
| | Iris Scheepstype: logger Bouwjaar/werf: 1916, Figée. Vlaardingen Lengte over alles: 36 m. Lengte over dek: 28,50 m. Breedte: 6,7 m. Diepgang: 2,8 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (hout), 500 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: Detroit V8, 320 pk. Vaargebied: Europese kustwateren Huidig gebruik: charter Capaciteit zeereizen: 12 passagiers Meer informatie over chartervaarten met dit schip: www.iris.nl | | Tot 1920 viste de Iris als haringlogger onder de naam Pallas op de Noordzee. Zij werd als kkustvaarder verkocht naar Zweden. In 1975 kwam het schip terug naar Nederland en werg grondig gerestaureerd tot charterschip onder de naam "Geesje van Urk". In 2001 komt zijn in het bezig van de huidige eigenaren en wordt omgedoopt tot "Iris". Zij vaart in de zomer met kleine groepen. | 
| | Luciana Scheepstype: logger (schoenergetuigd) Bouwjaar/werf: 1916, Gebr. Pot te Elshout Lengte over alles: 39 m. Lengte over dek: 29 m. Breedte: 6,54 m. Diepgang: 2,5 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (hout), 450 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: KHD, 150 pk. Vaargebied: Noordzee, Oostzee Huidig gebruik: charter Aantal opvarenden: 24 gasten
Meer informatie over chartervaarten met dit schip: www.europesailing.nl | | De Luciana is in 1916 gebouwd als zeilende haringlogger zonder motor als VL173, "Cornelia en Petronella". Zij voer als vislogger onder de namen KW66 "Marcus Aurelius", vervolgens "Twee Gebroeders II" tot 1927. In 1929 werd het schip naar Zweden verkocht. Onder de naam "Kerstin" en vanaf 1976 als "Sjonorrun" vervoerde zij vracht. In 1982 volgde in Nederland ombouw tot zeilcharterschip. |  | | Lotos Scheepstype: logger Bouwjaar/werf: 1910, Figée, Vlaardingen Lengte over alles: 36 m. Lengte over dek: 27 m. Breedte: 6,5 m. Diepgang: 2,7 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (hout), 420 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: Fiat-Iveco, 360 pk. Vaargebied: Europese kustwateren Huidig gebruik: privé | | De Lotos is gebouwd als vislogger en viste onder zeil op haring tot 1929 voor Rederij Roeleveld vanuit Scheveningen. Daarna lag zij tien jaar opgelegd in Scheveningen en Vlaardingen tot zij in 1939 werd verkocht naar Noorwegen en omgebouwd tot gemotoriseerd vrachtschip. Zij voer achtereenvolgens onder de volgende namen: Lotos, Haugland, Sonnodd, Mo, Laredo. In 1993 kwam het schip terug naar Nederland onder de naam "Red Herring". In 1997 kwam het schip in het bezig van eigenaren die het grondig restaureerden tot charterschip en omdoopten tot "Lotos". In 2010 kreeg het schip een nieuwe eigenaar die het heeft omgebouwd tot woonschip.
|
Viskoter Van oorsprong was de kotter een snel, zeegaand zeilscheepje dat voornamelijk gebruikt werd door de marine in noordwest Europa en de Verenigde Staten. De kotter ontwikkelde zich in verschillende delen van Europa op verschillende manieren en omstreeks 1900 werd het type alom ook in de visserij en bij het loodswezen gebruikt. In Scandinavië, Duitsland en Schotland werden kotters tot eind 20e eeuw voor de visserij in hout gebouwd. De rompvorm van de kotter leende zich bij uitstek voor motorisering en in Nederland ontstond vanaf circa 1920 een eigen ontwikkeling; de stalen motorkotter. Als kleine trawler heeft de motorviskotter vervolgens de Nederlandse kustvisserij veroverd en is, zij het sterk gemoderniseerd, nog steeds het meest voorkomende vissersvaartuig in ons land.

| | Lammie Scheepstype: kotter Bouwjaar/werf: 1935, Woubrugge Lengte over alles: Lengte over dek: 21,24 m. Breedte: 5,60 m. Diepgang: 2,35 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (staal), 260 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: Daf, 180 pk. Vaargebied: wereldwijd Huidig gebruik: privé | | De Lammie werd gebouwd als viskotter en onder de naam “Vertrouwen”, TX39, viste zij vanuit Texel. Begin jaren ’70 kwam zij in particuliere handen. Zij werd berucht als smokkelschip onder de naam Lammie (HD160). In 1978 werd zij verbouwd tot zeilend charterschip en voer zij op de Middellandse Zee. In 1983 kwam het schip terug naar Nederland en kwam zij onder de naam Lisa in gebruik als varend woonschip. De huidige eigenaren hebben het schip weer de naam Lammie gegeven. | 
| | Lise Scheepstype: haikotter Bouwjaar/werf: 1935, Nipper te Skagen (Dk) Lengte over alles: 20 m. Lengte over dek: 15,60 m. Breedte: 4,35 m. Diepgang: 1,80 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (hout), 120 m2 Bouwwijze: hout, eiken op eiken spanten Motor: Volvo Penta TMD 100c, 240 pk. Turbo, bj. 1985 Vaargebied: Noordzee, Europese binnenwateren Huidig gebruik: privé | | Tot 1989 is de Lise als vissersschip actief geweest op de Noordzee. Na een grondige verbouwing door de vorige eigenaar tot privéschip kreeg zij twee masten en werd zij kottergetuigd. De naam Haikotter komt van het woord haai. Dit waren de eerste gemotoriseerde kotters en zij waren vaak de eerste op de visgronden, omdat de romp “zo snel als een haai” door het water voer. Thans is de Lise in gebruik als woonschip met als vaargebied het IJsselmeer Wadden- en Noordzee. | 
| | Phoenix Scheepstype: kotter (stagzeilschoener)Bouwjaar/werf: 1931, Stapel-Spaarndam Lengte over alles: 26 m. Lengte over dek: 20,05 m. Breedte: 5,40 m. Diepgang: 2,40 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (staal), 240 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: 12 cyl. Kromhout, 300 pk., bj. 1966 Vaargebied: wereldwijd Huidig gebruik: privé/charter | | De Phoenix werd gebouwd als viskotter voor de Noordzee als TX32, op de werf “Vooruit” te Spaarndam. Bij oplevering was het schip voorzien van 2 masten met als tuigage grootzeil, bezaanzeil en een kluiver, totale oppervlak 98 m2, en een 2 cilinder Kromhout, luchtgestart. Het schip is diverse malen doorverkocht om uiteindelijk op Urk voor het laatst dienst te doen als viskotter. Daar heeft zij een paar jaar onder water gelegen. In 1974 werd zij gelicht en in Amsterdam gerestaureerd. Dek, stuurhut, verschansing en potdeksel werden vernieuwd en zij werd voorzien van het huidige zeilplan. Tevens werd een 12 cilinder Kromhout geplaatst.
| 
| | WON Scheepstype: Bouwjaar/werf: Lengte over alles: Lengte over dek: Breedte: Diepgang: Aantal masten, zeilopp.: Bouwwijze: Motor: Vaargebied: Huidig gebruik: | | |
Noordzeebotter
De botter is van oorsprong een vissersschip met een platte bodem, een hoge kop en laag achterschip, dat tot ontwikkeling kwam in de achttiende eeuw in het Zuiderzeegebied. Voor de kustvisserij op de Noordzee ontstond een zwaarder gebouwde en zeewaardiger variant; de Noordzeebotter. Met de introductie van de motor in de kustvisserij, kort na de eerste wereldoorlog, werden veel van oorsprong zeilende Noordzeebotters, verhoogd en voorzien van een stuurhut. Tevens werden tot midden dertiger jaren enkele tientallen stalen Noordzeebotters gebouwd. Zij waren de directe voorlopers van de in die tijd tot ontwikkeling komende stalen motorkotters.  | | Okke Scheepstype: Noordzeebotter Bouwjaar/werf: 1928, Amels te Makkum Lengte over alles: 17,80 m. Lengte over dek: 16 m. Breedte: 5,4 m. Diepgang: 2,05 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (hout), 130 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: 6 cyl. Cummings, 155 pk. Vaargebied: Europese kust- en binnenwateren Huidig gebruik: privé | | Tot 1968 was de okke actief als vissersschip in de Hollandse kustwateren. Eerst op garnalen, later o.a. in de spanvisserij. Vanaf eind jaren ’50 to 1968 is het als boomkorvisser in gebruik geweest. In 1970 is het schip grotendeels vernieuwd, nieuwe dekken en opbouw en het boeisel (gedeelte van de romp vanaf het dek, de verschansing) werd grotendeels vervangen. Er kwam een geheel nieuw interieur in van eiken, mahonie en teak. Ook de machinekamer werd opnieuw ingericht. In 1976 werd het schip onder zeil gebracht met kluiver, fok, grootzeil en bezaan. Het is thans in gebruik als varend woonschip. |
Schoener
De schoener ontleent zijn naam aan het in Nederland ontwikkelde schoenertuig, van oorsprong (17e eeuw) een tweemasttuigage waarvan de achterste mast langer is dan de voorste. Via Noord-Amerika, waar zowel tuigage als rompvorm zich verder ontwikkelden tot een snelle combinatie die gebruikt werd in de marine, smokkelvaart, gespecialiseerde vrachtvaart en als pleziervaartuig, kwam de schoener eind achttiende eeuw terug naar Noord-Europa. Vanaf de tweede helft 19e eeuw werd het type met twee, drie en sporadisch vier masten, populair in de Noordwest-Europese vrachtvaart. In Nederland werden vrachtschoeners vanaf circa 1880 en 1919 in groten getale in ijzer en staal gebouwd voor de Europese en trans-Atlantische vrachtvaart.  | | Oosterschelde Scheepstype: driemast topzeilschoener Bouwjaar/werf: 1918, Appelo, Zwartsluis Lengte over alles: 50 m. Lengte over dek: 40,12 m. Breedte: 7,5 m. Diepgang: 3 m. Aantal masten, zeilopp.: 3 (hout), 891 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: 6 cyl. Deutz, 360 pk. Vaargebied: wereldwijd Huidig gebruik: charter Capaciteit zeereizen: 24 passagiers Capaciteit dagtochten: 120 passagiers
Meer informatie over chartervaarten met dit schip: www.oosterschelde.nl
| | De Oosterschelde is gebouwd als zeilend vrachtschip. Tot 1930 bevoer ze de Europese wateren mat als vracht onder meer hout, stenen, klei en zemelen, maar ook aardappelen en stro. Na 1930 vonden er diverse aanpassingen plaats, er werd een zwaardere en moderne motor ingebouwd, de tuigage verkleind en rond 1950 werd ze omgebouwd tot een moderne coaster. In 1988 werd de Oosterschelde teruggehaald naar Nederland. Talrijke particulieren, bedrijven en instellingen maakten de restauratie mogelijk en nu is zij de laatste representant van een vloot van honderden driemasttopzeilschoeners die aan het begin van de vorige eeuw onder de Nederlandse vlag voeren. |  | | Catharina Scheepstype: schoener Bouwjaar/werf: 1925 Lengte over alles: 40 m. Lengte over dek: 32 m. Breedte: 6,24 m. Diepgang: 2,90 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (staal), 385 m2 Bouwwijze: staal Motor: Daf 1160, 160 pk. Vaargebied: Noordzee, Oostzee Huidig gebruik: charter Aantal opvarenden: 24 gasten
Meer informatie over chartervaarten met dit schip: www.europesailing.nl | | De Catharina is rond 1925 gebouwd als houten mijnenveger met stalen spanten voor de Duitse marine. In 1955 is het schip in België verlengd en de houten huid vervangen door staal, waarna het schip tot 1982 dienst deed in de visserij. Sinds 1985 is het schip een zeilend passagiersvaartuig. |  | | Amazone Scheepstype: driemastschoener Bouwjaar/werf: 1929, v. Diepen, Waterhuizen Lengte over alles: 42 m. Lengte over dek: 34 m. Breedte: 6,2 m. Diepgang: 1,7 m. Aantal masten, zeilopp.: 3 (staal), 550 m2 Bouwwijze: staal, geklonken Motor: Caterpillar, 320 pk., DAF, 230 pk. Vaargebied: Nederlandse binnenwateren Huidig gebruik: (dag)charter
Meer informatie over chartervaarten met dit schip: | | In de eerste helft van de 20e eeuw leverde de Amazone, gebouwd als Wad- en Sontvaarder, haar bijdrage aan de vrachtvaart in de Oostzee en de Duitse rivieren met kapitein Wilhelm Haalck als gezagvoerder. Het onvermijdelijke lot van vele zeilende kustvaarders trof echter ook de Amazone. Zij werd ingezet als stenenvisser. In 1984 werd zij als economisch ondoelmatig opgelegd in Flensburg. Ware het niet dat sinds de jaren ’70 de zeilende chartervaart met passagiers in opkomst kwam, dan was waarschijnlijk de scheepssloperij het einde van de Amazone geweest. In 1991 kwam zij in het bezit van de huidige eigenaren en werd een begin gemaakt met de volledige renovatie en ombouw tot luxe zeilend partyschip. In mei 1994 was het werk voltooid en kwam de Amazone als herboren opnieuw in de vaart.
|
Wad- en Sontvaarder De Wad- en Sontvaarder is een overgangstype in twee opzichten; tussen zeil en motor en tussen zee- en binnenvaart. Het werd slechts korte tijd in Nederland gebouwd voor Nederlandse en Duitse rekening tussen circa 1920 en 1932 als schakel tussen de zeilschepen van de kleine kustvaart (zeetjalken, schoeners en schoeneraken) en de motorcoaster van de dertiger jaren. Een Wad- en Sontvaarder was half zeil-, half motorschip. Toen begin dertiger jaren de hoge druk scheepsdieselmotor op de markt kwam, was de Wad- en Sontvaarder in feite al verouderd. Kort na de tweede wereldoorlog verdween het type uit de Nederlandse kustvaart. Het vaargebied van deze schepen was de zuidelijke Noordzee, Waddenzee en Oostzee.
 | | Emma Scheepstype: Wad- en Sontvaarder Bouwjaar/werf: 1931, v. Diepen, Waterhuizen Lengte: 36 m. Lengte waterlijn: 34 m. Breedte: 6,10 m. Diepgang: 1,70 m. Bouwwijze: staal, geklonken Motor: Deutsche Werke 3M423, 150 pk. Vaargebied: Nederlandse kust- en binnenwateren Huidig gebruik: privé | | In 1939 werd de Emma met 6,20 meter verlengd en ge(her)motoriseerd. Tot 1968 was zij in bezit van de familie Hamann te Barnkrug; vervolgens diende zij tot 1981 als schelpenbaggerschip te Wijk auf Föhr. Tot 1994 lag zij afgemeerd als winkelschip te Lelystad-Haven (Tagrijn Emma). Sindsdien is zij in het bezit van de huidige eigenaren. Van buiten bleef het historisch karakter zoveel mogelijk behouden, van binnen werd zijn omgebouwd tot moderne woning. |
Coaster Het begrip coaster ontstond in Nederland kort voor de tweede wereldoorlog toen nieuwgebouwde motorschepen met een laadvermogen van circa 250 tot 400 ton de vroegere zeil- en motorzeilschepen in de (Nederlandse) kustvaart vrijwel geheel verdrongen hadden. Zij trokken internationaal de aandacht omdat zij met een kleine bemanning relatief veel lading vervoerden. De in die jaren ontwikkelde coaster domineerde de Noordwest-Europese kustvaart tot ver in de zestiger jaren van de 20e eeuw.
 | | Zwerver Scheepstype: coaster Bouwjaar/werf: 1929, Fa. Boot, Gouwsluis Lengte: 36 m. Breedte: 6,5 m. Diepgang: 1,90 m. Aantal masten: 2 (staal) Bouwwijze: staal, geklonken Motor: Bolnes 4L, 200 pk., bj.1952 Vaargebied: Europese kustwateren Huidig gebruik: privé/kantoor | | In 1929 liep de Zwerver voor de familie Otte van stapel. Vader Otte voer met zijn familie tot na de 2e Wereldoorlog met dit schip. Zijn oudste zoon had de zeevaartschool doorlopen en met deze papieren mocht het schip vracht vervoeren over zee. Verschillende (Nederlandse) eigenaren hebben het schip in bezit gehad. In 1980 kocht de huidige eigenaar dit schip in zwaar verwaarloosde staat. Na vele jaren van restaureren is het wederom een zeewaardig schip. |
Sleepboot
De vroegste vorm van gemechaniseerde scheepvaart is de sleepvaart. Na introductie van de stoommachine in de Nederlandse scheepvaart in het eerste kwart van de 19e eeuw, werden er al speciale schepen gebouwd die, voorzien van een stoommachine, andere schepen moesten gaan slepen in geval van gebrek aan wind of ter assistentie bij het binnen- en uitlopen van of manoeuvreren in havens. Zo ontstond de sleepboot; een relatief klein schip met verhoudingsgewijs veel machinevermogen. Sinds de jaren dertig werden nieuwe gebouwde sleepboten uitsluitend nog met dieselmotoren gebouwd.  | | Prinses Gerretje Scheepstype: Bouwjaar: Lengte: Breedte: Diepgang: Bouwwijze: staal, geklonken Motor: Vaargebied: Huidig gebruik: privé | | |
Zeiljacht Het begrip zeiljacht is vandaag de dag een verzamelwoord voor alle mogelijke schepen die als pleziervaartuig gebruikt worden. Van oorsprong heeft het echter een andere betekenis. Eind zestiende, begin zevertiende eeuw ontwikkelde zich het Nederlandse ‘Jacht. Een schip dat voor diverse doeleinden werd gebruikt met een platte, hartvormige spiegel. Het woord jacht is in diverse talen verbonden gebleven aan die spiegel. In Nederland en in het Engels is echter één specifieke vorm van het 17e eeuwse jacht, die van pleziervaartuig van de Hollandse elite, aan het begrip blijven hangen. Daarom spreken wij, vierhonderd jaar later, over een jacht als we een ‘zeil- of motorboot’ zien.
 | | Sage Scheepstype: zeiljacht (gaffeltopzeilschoener) Bouwjaar/werf: 1997, De Vries, Lemmer Lengte over alles: 20 m. Lengte over dek: 15,80 m. Breedte: 4,80 m. Diepgang: 2,20 m. Aantal masten, zeilopp.: 2 (staal), 160 m2 Bouwwijze: staal, gelast Motor: 6 cyl. Daf, 120 pk. Vaargebied: Nederlandse kust- en binnenwateren Huidig gebruik: (dag)charter/privé | | De Sage werd als casco gebouwd naar een ontwerp van Brekebrede en in eigen beheer afgebouwd. In 1999 kwam het schip in de vaart. Er worden dagtochten mee gevaren met kleine gezelschappen. |
|